Als schooljongen was Jan, samen met zijn broer Wim al lid van de muziekvereniging ‘Oefening en Uitspanning’ in Nieuwerkerk. Om een goede muzikant te worden moest er gerepeteerd worden, ook thuis. Dat gebeurde dan ook ’s avonds in de huiskamer. Vader, dirigent van de muziek, was dan de leermeerster, en niet gauw tevreden. Jan deed erg zijn best maar het kon gebeuren dat moeder zei: ‘Nu is het genoeg hoor!’ Er moest toch ook tijd zijn voor het spelen met de vriendjes. Zo werd muziek voor Jan zijn lust en zijn leven; meespelen met de fanfare, op repetitieavonden, uitvoeringen en een mars door het dorp. Zelfs als hij op de fiets aan kwam hoorden we hem fluiten, de muziek hield hem altijd bezig. Toen kwam de tijd dat hij zijn vriendin Betsie Schoof mee naar huis nam. Het werd vaste verkering. De oorlogsjaren van 1940-1945 waren jaren van onrust voor onze jongens. Ze moesten gaan werken in Duitsland. Jan kreeg ook een oproep. Hij koos ervoor om onder te duiken. Eerst bij een zus van Betsie op andere plaatsen. Betsie was hem tot grote steun. In de jaren daarna traden ze in het huwelijk en woonden ze in een huis aan de provinciale straatweg van Nieuwerkerk naar Oosterland, even buiten het centrum van Nieuwerkerk. Het had een mooie grote vijver aan de voorkant. Het was een ruime woning waar ze samen met de moeder van Betsie, mevrouw Schoof-Geluk heel erg gelukkig woonden. Jan had na de lagere school gestudeerd op de Ambachtsschool in Zierikzee en werkte als elektricien bij de PZEM. Iedereen uit het dorp kende hem daarvan. Betsie had op de huishoudschool in Zierikzee gezeten en haar diploma behaald. Op 16 augustus 1950 werd hun dochtertje Rianne geboren, een leuk en lief meisje waar ze heel trots op waren. Met elkaar vormden ze een gelukkig, jong gezin. Tot dat het 1 februari 1953 werd. Jan kwam zondagmorgen heel vroeg mijn vader, moeder en zus waarschuwen. Ik woonde al in Yerseke met mijn man. Hij hoefde hen niet wakker te maken… ze hadden een heel onrustige nacht gehad vanwege de zware storm. Jan zou naar de dijk moeten want in het Gouwe Veer was de dijk doorgebroken. Hij zou nu eerst naar huis gaan om ook voorbereidingen te treffen, zoals vele anderen deden. Dat was het laatste contact met hem. In de loop van de dag moesten ze, als zovelen, het dak van het huis opgaan. Door de kracht van het water dreef het dak weg en kwam het stijl omlaag te staan. Jan, Betsie en Rianne gleden van het dak af en verdronken in het ijskoude water. De buren in de hoger gelegen huizen konden geen hulp bieden, ze hebben Rianne nog wel horen roepen: ‘Mama, papa!’ Maar helaas was er voor het kleine meisje ook geen redding. Mevrouw Schoof-Geluk en Rianne zijn erg genoeg nooit gevonden. We missen onze familie nog iedere dag, het gemis doet nog steeds veel pijn.